ECLI:NL:HR:2015:2850

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 september 2015
Publicatiedatum
29 september 2015
Zaaknummer
13/06274
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Amsterdam

In deze strafzaak werd het cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 2 september 2013. De Advocaat-Generaal bij het Hof stelde middelen van cassatie voor, maar concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de middelen van cassatie beoordeeld aan de hand van de gronden vermeld in een gelijktijdig uitgesproken arrest (ECLI:NL:HR:2015:2842). Op basis daarvan oordeelde de Hoge Raad dat de middelen geen doel treffen.

Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 29 september 2015.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

29 september 2015
Strafkamer
nr. S 13/06274
ABO/ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 2 september 2013, nummer 23/004762-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

Op de gronden die zijn vermeld in het heden uitgesproken arrest in de zaak 13/04497 (ECLI:NL:HR:2015:2842) treffen de middelen geen doel.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 september 2015.