Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.De achtergrond van de zaak
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Slotsom
6.Beslissing
29 september 2015.
Hoge Raad
Deze zaak betreft het ingezetenencriterium in het Nederlandse coffeeshopbeleid, dat sinds 2013 bepaalt dat coffeeshops alleen mogen verkopen aan ingezetenen van Nederland om drugstoerisme en overlast tegen te gaan. De verdachte werd vervolgd wegens medeplegen van verkoop van softdrugs aan niet-ingezetenen in Maastricht.
De verdediging voerde aan dat het ingezetenencriterium onrechtmatig is wegens strijd met EU-recht, mensenrechten en het beginsel van non-discriminatie, en dat het Openbaar Ministerie willekeurig handelde door de verdachte te vervolgen terwijl het criterium niet overal werd gehandhaafd. De Hoge Raad oordeelde dat het criterium gerechtvaardigd en proportioneel is, mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie EU in de zaak Josemans, en dat het OM niet willekeurig heeft gehandeld.
Ten aanzien van het medeplegen oordeelde het hof dat de portier medepleger was vanwege zijn rol bij het toelaten van niet-ingezetenen en het faciliteren van verkoop. De Hoge Raad stelde echter dat de motivering voor medeplegen ontoereikend was omdat niet voldoende is aangetoond dat de verdachte een materiële of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofarrest wegens onvoldoende motivering medeplegen en bevestigt rechtmatigheid ingezetenencriterium, met terugwijzing naar hof.