Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
29 september 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Den Haag veroordeeld voor het opzettelijk buiten Nederland brengen van heroïne en cocaïne, medeplegen met anderen, op 3 juni 2010. Het bewijs bestond uit verklaringen van medeverdachten, observaties van de politie, en forensisch onderzoek van de drugs in een sporttas in een Volkswagen Golf. De verdachte ontkende aanvankelijk kennis van de drugs, maar het hof oordeelde dat hij opzet had vanwege zijn betrokkenheid bij het begeleiden van Franse medeverdachten naar Venlo en zijn wisselende verklaringen.
De Hoge Raad beoordeelde het cassatiemiddel dat het opzet niet wettig en overtuigend was bewezen. Dit middel werd verworpen, omdat het hof zijn oordeel voldoende motiveerde aan de hand van verklaringen, observaties en gedragingen van de verdachte. Wel stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de straf verminderd werd.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en bepaalde dat deze werd teruggebracht tot elf maanden en drie weken, waarvan zeven maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De straf werd verminderd tot elf maanden en drie weken gevangenisstraf, waarvan zeven maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.