ECLI:NL:HR:2015:2889

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 oktober 2015
Publicatiedatum
1 oktober 2015
Zaaknummer
15/03149
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot herziening arrest afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid

De Hoge Raad heeft op 2 oktober 2015 uitspraak gedaan over een verzoek tot herziening van een eerder arrest van 19 juni 2015. Het verzoek was ingediend door belanghebbende met betrekking tot het arrest met nummer 15/01377. De Hoge Raad heeft het verzoek beoordeeld op ontvankelijkheid.

Uit de beoordeling blijkt dat het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden bevat zoals bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die noodzakelijk zijn om een herziening van het arrest te rechtvaardigen. Hierdoor kan het verzoek niet leiden tot cassatiebehandeling.

Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter en de raadsheren J. Wortel en M.E. van Hilten en is in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2015.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

2 oktober 2015
Nr. 15/03149
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 19 juni 2015, nr. 15/01377, ECLI:NL:HR:2015:1682.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2015.