Belanghebbende, een B.V., had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een beschikking over omzetbelasting voor het tijdvak van 1 april 2006 tot en met 30 juni 2006.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Ondanks ontvangst van deze brief is het griffierecht niet voldaan.
Vervolgens is belanghebbende opnieuw aangeschreven om een toelichting te geven op het uitblijven van betaling, maar hier is geen gebruik van gemaakt. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten en heeft het arrest in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2015.