Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
2 oktober 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond de uitleg van een overeenkomst betreffende de contractsoverneming van een merklicentie centraal. De eiser stelde dat de akte-vereiste van artikel 6:159 BW Pro niet was nageleefd, wat tot discussie leidde over de geldigheid van de contractsoverneming.
De zaak werd behandeld door de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam, die eerder uitspraken deden. De Hoge Raad kreeg het beroep in cassatie voorgelegd en heeft het beroep verworpen op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof en oordeelde dat de uitleg van de overeenkomst volgens de Haviltex-maatstaf correct was toegepast. Tevens werd de eiser veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Snijders, Polak en in het openbaar uitgesproken door De Groot op 2 oktober 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.