Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beoordeling van het derde middel
5.Beoordeling van de middelen voor het overige
6.Slotsom
7.Beslissing
13 oktober 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeeld wegens belediging van politieambtenaren en wederspannigheid tijdens zijn aanhouding op Bonaire. Het hof stelde vast dat verdachte op 9 december 2012 opzettelijk beledigende woorden in het Papiaments had geuit richting politieambtenaren en zich met geweld had verzet tegen zijn aanhouding.
De verdediging voerde onder meer aan dat het geweld van de politie disproportioneel was en dat de strafoplegging onvoldoende gemotiveerd was. Het hof verwierp het verweer over disproportioneel geweld en oordeelde dat de politie in de rechtmatige uitoefening van haar bediening handelde. De opgelegde gevangenisstraf bedroeg 90 dagen, waarvan 80 voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en een bijzondere voorwaarde van onbetaalde werkzaamheden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het vereiste van art. 402, vijfde lid, Sv BES niet had nageleefd door niet specifiek te motiveren waarom een vrijheidsstraf werd opgelegd. Dit leidde tot nietigheid van de strafoplegging. De bewezenverklaring en overige onderdelen van het vonnis bleven in stand. De zaak werd terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de strafoplegging.
De Hoge Raad verwierp verder de klacht dat de tenlastelegging de uitlatingen in de oorspronkelijke taal moest vermelden, en bevestigde dat de vertaling in het Nederlands toereikend was. Ook het oordeel over het geweldsgebruik werd niet vernietigd, omdat dit een feitelijke beoordeling betrof die in cassatie niet kan worden getoetst.
Uitkomst: De strafoplegging is vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting van de strafoplegging.