Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2015:309

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2015
Publicatiedatum
13 februari 2015
Zaaknummer
14/05408
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 285 lid 1 onder f Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek om toelating tot schuldsaneringsregeling wegens ontbreken verklaring

In deze zaak heeft verzoeker cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin zijn verzoek om toelating tot de schuldsaneringsregeling werd afgewezen wegens het ontbreken van een verklaring zoals bedoeld in artikel 285 lid Pro 1, onder f, van de Faillissementswet.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor het feitencomplex en het verloop van de procedure in feitelijke instanties. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft het arrest van het gerechtshof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens het ontbreken van de vereiste verklaring, waardoor het verzoek om toelating tot de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk is.

Uitspraak

13 februari 2015
Eerste Kamer
nr. 14/05408
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/02/285900 / FT RK 14/1311 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 augustus 2014;
b. het arrest in de zaak HV 200.153.981/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 oktober 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
13 februari 2015.