Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
13 februari 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft verzoeker cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin zijn verzoek om toelating tot de schuldsaneringsregeling werd afgewezen wegens het ontbreken van een verklaring zoals bedoeld in artikel 285 lid Pro 1, onder f, van de Faillissementswet.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor het feitencomplex en het verloop van de procedure in feitelijke instanties. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft het arrest van het gerechtshof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens het ontbreken van de vereiste verklaring, waardoor het verzoek om toelating tot de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk is.