AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende een door hem voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de gronden van het beroep ontbraken.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn eindigde op 18 september 2015. Omdat belanghebbende niet tijdig heeft gereageerd en de brief die op 9 oktober 2015 binnenkwam te laat was, werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 AwbPro.
De Hoge Raad oordeelde dat er geen gronden waren voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 16 oktober 2015 door de raadsheren C. Schaap, Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet tijdig herstellen daarvan.
Uitspraak
16 oktober 2015
Nr. 15/03564
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X]te [Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haagvan 26 juni 2015, nr. BK‑14/01521, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 14/5400) betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
Bij aangetekende brief van 7 augustus 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door de gemachtigde van belanghebbende opgegeven adres, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na dagtekening van deze brief te herstellen. Die termijn eindigde op 18 september 2015.
Nu herstel van het verzuim niet tijdig heeft plaatsgevonden – de op 9 oktober 2015 bij de Hoge Raad ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten –, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 AwbPro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2.Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3.Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2015.