ECLI:NL:HR:2015:3097

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 oktober 2015
Publicatiedatum
15 oktober 2015
Zaaknummer
15/02852
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 1 aanhef en onder b Fw
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in WSNP-zaak over goede trouw en hardheidsclausule

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoekster verworpen. Het geding betrof een geschil in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) en de toepassing van artikel 288 lid 1 aanhef Pro en onder b van de Faillissementswet (Fw) met betrekking tot de goede trouw van de schuldenaar.

De feiten en eerdere beslissingen zijn terug te vinden in het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, die beide het standpunt van verzoekster verwierpen. De advocaat-generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verzoekster geen aanleiding geven tot cassatie, mede omdat deze niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen en benadrukt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het toetsen van dergelijke cassatieklachten.

Het arrest werd op 16 oktober 2015 uitgesproken door de raadsheren van de Hoge Raad, waarbij verzoekster’s beroep werd verworpen zonder nadere motivering.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

16 oktober 2015
Eerste Kamer
15/02852
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [plaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/02/296040/FT RK 15/389 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 16 april 2015;
b. het arrest in de zaak HV 200.168.798/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 18 juni 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 3 september 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
16 oktober 2015.