Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
2. (...)
3. De maatregel kan te zamen met straffen en andere maatregelen worden opgelegd.
-5).
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
3 november 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of de schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Wetboek van Strafrecht ook kan worden opgelegd indien de verdachte op grond van art. 9a Sr wordt veroordeeld zonder dat een straf wordt opgelegd. De verdachte was veroordeeld voor het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen van goed, maar het hof legde geen straf op, wel werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd ten behoeve van het slachtoffer.
De verdediging stelde dat de tekst van art. 36f, eerste lid, Sr sinds 1 januari 2014 dit niet toestaat en dat de meest gunstige wetsbepaling voor de verdachte moet gelden. De Hoge Raad onderzocht de wetsgeschiedenis van art. 36f Sr, waarbij bleek dat de wetswijziging van 2014 bedoeld was om het toepassingsbereik van de schadevergoedingsmaatregel juist uit te breiden, onder meer voor gevallen van ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid.
De Hoge Raad concludeerde dat de woorden "tot een straf" in art. 36f, eerste lid, Sr een kennelijke vergissing zijn en dat deze bepaling moet worden gelezen alsof deze woorden ontbreken. Hierdoor blijft het mogelijk om een schadevergoedingsmaatregel op te leggen ook als geen straf wordt opgelegd. Het beroep van de verdachte werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat een schadevergoedingsmaatregel kan worden opgelegd zonder dat een straf wordt opgelegd.