Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het zesde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
3 november 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest uitsluitend voor de strafoplegging vanwege een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging leiden behalve het zesde middel dat gegrond is verklaard. Dit middel klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en de uitspraak meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep plaatsvindt.
Gezien de voorlopige hechtenis van de verdachte leidt deze overschrijding tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zeven jaren naar zes jaren en negen maanden. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor de strafoplegging en vermindert de straf dienovereenkomstig.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van zeven jaren naar zes jaren en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.