Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
10 november 2015.
Hoge Raad
De aanvrager heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een vonnis van de Politierechter te Den Haag, waarin hij werd veroordeeld wegens overtreding van artikel 8, tweede lid onder a, van de Wegenverkeerswet 1994. De veroordeling betrof een geldboete en een ontzegging van de rijbevoegdheid.
De aanvraag tot herziening was gebaseerd op het argument dat het ademanalyseapparaat dat voor het ademonderzoek was gebruikt niet was voorzien van een geldige keuringsverklaring. Dit zou een nieuw feit zijn dat tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging zou kunnen leiden.
De Hoge Raad oordeelde echter dat deze keuringsverklaring reeds in het strafdossier aanwezig was en dus bekend was bij de Politierechter ten tijde van de veroordeling. Daarom kon het verzoek tot herziening niet worden toegewezen en werd het als kennelijk ongegrond afgewezen.
De Hoge Raad wees de aanvraag tot herziening af en bevestigde daarmee het eerdere vonnis van de Politierechter.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens bekendheid van de keuringsverklaring bij de Politierechter.