Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
4.Beslissing
13 november 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verzoeker beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland en het arrest van het gerechtshof als feitelijke instanties.
De Procureur-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van het Wetboek van Rechtsvordering, omdat de verzoeker onvoldoende belang heeft bij de cassatie of de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat behandeling van de klachten in cassatie niet gerechtvaardigd is. Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Het arrest is op 13 november 2015 gewezen door de raadsheren van Buchem-Spapens, Heisterkamp, Polak en uitgesproken door de raadsheer de Groot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of kans van slagen.