ECLI:NL:HR:2015:3302

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2015
Publicatiedatum
12 november 2015
Zaaknummer
15/00502
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 17 Ow
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in onteigeningszaak over minnelijke verwerving

In deze zaak stond centraal of de Provincie Noord-Holland voldoende had gedaan aan een serieuze poging tot minnelijke verwerving van gronden, zoals vereist op grond van artikel 17 van Pro de Onteigeningswet. Eiseres had tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, die haar vorderingen afwees, beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het geding in cassatie behandeld en de klachten van eiseres beoordeeld. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering oordeelde de Hoge Raad dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep van eiseres verworpen en haar veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de raadsheren van Buchem-Spapens, van den Brink en Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door raadsheer de Groot op 13 november 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

13 november 2015
Eerste Kamer
15/00502
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.H. Vermeulen,
t e g e n
de PROVINCIE NOORD-HOLLAND,
zetelende te Haarlem,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. M.W. Scheltema en mr. R.T. Wiegerink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Provincie.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/14/155532/HA ZA 14/237 van de rechtbank Noord-Holland van 3 september 2014 en 24 december 2014;
De vonnissen van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het laatstgenoemde vonnis van de rechtbank heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding en het anticipatie-exploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Provincie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Waarnemend Advocaat-Generaal J.C. van Oven strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 8 oktober 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, V. van den Brink en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
13 november 2015.