ECLI:NL:HR:2015:3344

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 november 2015
Publicatiedatum
20 november 2015
Zaaknummer
15/03193
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 lid 2 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een besluit over toelating tot vrijwillige verzekering op grond van de Algemene ouderdomswet en Algemene nabestaandenwet.

Het beroepschrift in cassatie is echter niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na verzending van de uitspraak van de Centrale Raad ingediend. De termijn eindigde op 2 juli 2015, terwijl het beroepschrift op 14 juli 2015 is ontvangen. Ook een beroep op verlenging van de termijn slaagt niet.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende vervolgens per brief verzocht binnen vier weken een verklaring te geven voor de overschrijding, maar hierop is geen reactie ontvangen. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en doet de uitspraak in het openbaar op 20 november 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Hoge Raad der Nederlanden
Derde Kamer
Nr. 15/03193
20 november 2015
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 24 april 2015, nr. 13/4191 AOW, ter zake van een besluit van de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank betreffende het verzoek van belanghebbende te worden toegelaten tot de vrijwillige verzekering ingevolge de Algemene ouderdomswet en de Algemene nabestaandenwet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Blijkens een door de griffier van de Centrale Raad op de uitspraak van de Centrale Raad gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 21 mei 2015.
Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 14 juli 2015 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.
Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 2 juli 2015. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 16 juli 2015, welke brief zowel per aangetekende als per gewone post is verzonden aan het door belanghebbende opgegeven adres in het buitenland, in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na dagtekening van deze brief mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Belanghebbende heeft niet gereageerd.
Gelet op het hiervoor overwogene moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2015.