Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
24 november 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 september 2013 in een strafzaak over mensenhandel, art. 273f Sr. De verdachte werd deels vrijgesproken door het hof voor bepaalde tenlasteleggingen. Zowel de verdachte als de Advocaat-Generaal stelden middelen van cassatie voor.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel van de Advocaat-Generaal terecht was voorgesteld, mede gelet op de gronden vermeld in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2015:3309). De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor zover het betrekking had op de vrijspraak van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging, en wees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
De overige middelen van de verdachte werden niet besproken en het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 24 november 2015.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor vrijspraak en strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.