Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2015:3398

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 november 2015
Publicatiedatum
26 november 2015
Zaaknummer
14/05434
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bewijslastverdeling bij vervoer en afgifte van verpakkingsmateriaal door vervoerder

In deze zaak stond centraal de vraag hoe de bewijslast verdeeld is bij de beoordeling of een vervoerder het mee teruggenomen verpakkingsmateriaal, ook wel fust genoemd, daadwerkelijk heeft afgeleverd bij de afzender. De zaak betrof een geschil tussen eiseres, een onderneming, en verweerder, handelend onder een handelsnaam, over de levering en terugname van verpakkingsmateriaal.

De procedure begon bij de kantonrechter te Haarlem, waarna het gerechtshof Amsterdam het geschil behandelde en een arrest uitvaardigde. Eiseres stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop eiseres reageerde.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiseres niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.

Uitspraak

27 november 2015
Eerste Kamer
14/05434
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
statutair gevestigd te [vestigingsplaats], kantoorhoudende te [plaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
[verweerder] handelende onder de naam [A],
wonende en gevestigd te [plaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 555133 / CV EXPL 12-5458 van de kantonrechter te Haarlem van 21 november 2012 en 17 juli 2013;
b. het arrest in de zaak 200.134.403/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 juli 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 16 oktober 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 390,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
27 november 2015.