ECLI:NL:HR:2015:3402

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 november 2015
Publicatiedatum
26 november 2015
Zaaknummer
15/01362
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 52a lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak

De zaak betreft het beroep in cassatie van V.O.F. [X] [Z] tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 19 februari 2015. Het betrof verzet tegen een beschikking van 6 december 2012 op grond van artikel 52a, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk is. Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal is geconcludeerd dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de belanghebbende onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

Daarom is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 27 november 2015 in het openbaar uitgesproken door de vice-president Overgaauw en raadsheren van Loon en van Kalmthout.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

27 november 2015
Nr. 15/01362
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
V.O.F. [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Noord-Nederlandvan 19 februari 2015, nr. LEE 14/1914 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende een met dagtekening 6 december 2012 ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking als bedoeld in artikel 52a, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2015.