Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Noord-Hollandvan 5 juni 2015, nr. HAA 15/91, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 19 februari 2015.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland betreffende verzet tegen een eerdere uitspraak. De Hoge Raad heeft onderzocht of het beroep ontvankelijk is en of de aangevoerde klachten cassatie verdienen.
De Hoge Raad oordeelt dat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep en dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen door raadsheer C. Schaap als voorzitter en raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2015. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en niet-geschiktheid van de klachten.