Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
1 december 2015.
Hoge Raad
Op 1 december 2015 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2014. Het beroep was ingesteld door verdachte en werd bijgestaan door advocaten mr. N. Flikkenschild en mr. O.J. Much.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen die door de verdediging waren aangevoerd niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was nadere motivering niet vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in aanwezigheid van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster. Het vonnis werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, waardoor het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand blijft.