ECLI:NL:HR:2015:3470

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2015
Publicatiedatum
3 december 2015
Zaaknummer
15/03693
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Deze betaling is niet voldaan.

Na het verstrijken van de termijn is belanghebbende opnieuw aangeschreven en in de gelegenheid gesteld om redenen te geven voor het niet tijdig betalen. Belanghebbende heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar dit is te laat ingediend en wordt door de Hoge Raad niet in aanmerking genomen.

De overige aangevoerde argumenten bieden geen grond om het verzuim te doorbreken. Daarom wordt het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk verklaard. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

4 december 2015
Nr. 15/03693
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 1 juli 2015, nr. BK‑13/01751, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Den Haag.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 12 september 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven postbusadres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 14 oktober 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL eveneens is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven postbusadres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald.
Bij brief van 22 oktober 2015 heeft belanghebbende onder meer een beroep op betalingsonmacht gedaan. Nu dit beroep bij de Hoge Raad na afloop van de in de brief van 12 september 2015 gestelde betalingstermijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht (vgl. HR 20 februari 2015, nr. 14/05176, ECLI:NL:HR:2015:354, BNB 2015/197). Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 22 oktober 2015 voor het overige aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2015.