Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 1 juli 2015, nr. BK‑13/01751, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Den Haag.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Deze betaling is niet voldaan.
Na het verstrijken van de termijn is belanghebbende opnieuw aangeschreven en in de gelegenheid gesteld om redenen te geven voor het niet tijdig betalen. Belanghebbende heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar dit is te laat ingediend en wordt door de Hoge Raad niet in aanmerking genomen.
De overige aangevoerde argumenten bieden geen grond om het verzuim te doorbreken. Daarom wordt het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk verklaard. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.