Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Slotsom
6.Beslissing
17 februari 2015.
Hoge Raad
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld voor het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, met een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis. De herzieningsaanvraag betrof een persoonsverwisseling die niet bekend was tijdens de oorspronkelijke terechtzitting.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvraag gegrond moest worden verklaard en dat de zaak moest worden verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat het ernstige vermoeden bestond dat de aanvrager bij kennis van de persoonsverwisseling vrijgesproken zou zijn.
De Hoge Raad besloot daarom de herzieningsaanvraag toe te wijzen, de tenuitvoerlegging van het vonnis op te schorten of te schorsen indien nodig, en de zaak terug te verwijzen voor een nieuwe behandeling en beslissing door het Gerechtshof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde berechting.