ECLI:NL:HR:2015:3545

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2015
Publicatiedatum
10 december 2015
Zaaknummer
15/01076
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting aanslag 2005

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 januari 2015, betreffende de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2005. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad beoordeelde de klachten van belanghebbende, maar oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde dit geen nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Uiteindelijk verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door de vice-president Overgaauw als voorzitter en de raadsheren Van Loon en Van Kalmthout, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

11 december 2015
Nr. 15/01076
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 27 januari 2015, nr. 13/00488, op het hoger beroep van de Inspecteur alsmede het incidentele hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. AWB LEE 12/558) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2005 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2015.