Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.De prejudiciële procedure
3.Beantwoording van de prejudiciële vraag
4.Beslissing
11 december 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze prejudiciële procedure stelde het gerechtshof ’s-Hertogenbosch de vraag aan de Hoge Raad of een verhaalsbeding in een aannemingsovereenkomst, dat betrekking heeft op het verhalen van bestuurlijke boeten wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), nietig is op grond van strijd met de wet, openbare orde of goede zeden (art. 3:40 BW Pro).
De zaak betrof een bouwproject waarbij de hoofdaannemer [appellante] een onderaannemer [geïntimeerde] inschakelde. De Arbeidsinspectie stelde vast dat illegale tewerkstelling van vreemdelingen had plaatsgevonden, waarop bestuurlijke boeten werden opgelegd. In de contracten was een verhaalsbeding opgenomen dat de hoofdaannemer de boeten mocht verhalen op de onderaannemer.
De Hoge Raad overwoog dat de Wav bestuursrechtelijk wordt gehandhaafd en geen verbod bevat op het overeenkomen van verhaalsbedingen. Het verhaalsbeding ondermijnt niet het doel van de Wav om illegale tewerkstelling te bestrijden, omdat de boete uiteindelijk over de keten van werkgevers wordt opgelegd en het financiële risico geconcentreerd wordt bij de partij die direct verantwoordelijk is voor de tewerkstelling.
Wel kan het verhaalsbeding nietig zijn indien het bedoeld is om het incasseren van boeten door bestuursorganen te frustreren of indien het partijen vrijwaart die met opzet of grove schuld de Wav overtreden. De Hoge Raad concludeert dat het verhaalsbeding in deze zaak niet strijdig is met de openbare orde en dus geldig is.
De kosten van de procedure werden begroot op € 1.800,-- voor beide partijen.
Uitkomst: Het verhaalsbeding voor bestuurlijke boeten op grond van de Wet arbeid vreemdelingen is niet nietig wegens strijd met de openbare orde en is geldig.