ECLI:NL:HR:2015:3586

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 december 2015
Publicatiedatum
15 december 2015
Zaaknummer
15/02698
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • B.C. de Savornin Lohman
  • Y. Buruma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:2 lid 2 WETSArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing overgangsrecht bij tenuitvoerlegging Duits strafvonnis onder WOTS

De zaak betreft een cassatieberoep van een veroordeelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam over de overname van de tenuitvoerlegging van een Duits strafvonnis. Dit vonnis was gebaseerd op het Vorderingsovereenkomst inzake de Overdracht van Strafrechtelijke Veroordelingen (VOGP) en niet op het later door Duitsland geïmplementeerde Kaderbesluit 2008/909/JBZ.

De advocaat-generaal adviseerde ambtshalve een kaderbesluitconforme uitleg van de overgangsregeling in artikel 5:2, tweede lid, van de Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafvonnissen (WOTS). De Hoge Raad volgde dit advies en wees het middel af op grond van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (RO), omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriep.

De Hoge Raad bevestigde hiermee de toepasselijkheid van het overgangsrecht bij de overname van de tenuitvoerlegging van het Duitse vonnis en verwierp het beroep van de veroordeelde. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij de overname van de tenuitvoerlegging van het Duitse strafvonnis.

Uitspraak

15 december 2015
Strafkamer
nr. S 15/02698 W
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 21 mei 2015, nummer 10/992017-15, omtrent een verzoek van de Bondsrepubliek Duitsland tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen:
[veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 december 2015.