Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
15 december 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een veroordeelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam over de overname van de tenuitvoerlegging van een Duits strafvonnis. Dit vonnis was gebaseerd op het Vorderingsovereenkomst inzake de Overdracht van Strafrechtelijke Veroordelingen (VOGP) en niet op het later door Duitsland geïmplementeerde Kaderbesluit 2008/909/JBZ.
De advocaat-generaal adviseerde ambtshalve een kaderbesluitconforme uitleg van de overgangsregeling in artikel 5:2, tweede lid, van de Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafvonnissen (WOTS). De Hoge Raad volgde dit advies en wees het middel af op grond van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (RO), omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriep.
De Hoge Raad bevestigde hiermee de toepasselijkheid van het overgangsrecht bij de overname van de tenuitvoerlegging van het Duitse vonnis en verwierp het beroep van de veroordeelde. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij de overname van de tenuitvoerlegging van het Duitse strafvonnis.