Uitspraak
1.Geding in cassatie
's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
22 december 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door de Politierechter veroordeeld tot drie weken gevangenisstraf wegens diefstal. In hoger beroep verscheen verdachte niet, waarop het Gerechtshof 's-Hertogenbosch hem bij verstek niet-ontvankelijk verklaarde in het hoger beroep. De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte het kantooradres van zijn advocaat niet als een geldig adres in de zin van art. 588a Sv heeft aangemerkt, waardoor de dagvaarding niet correct zou zijn betekend.
De Hoge Raad overwoog dat het kantooradres van een advocaat dat vermeld staat in een bijzondere schriftelijke volmacht niet als een adres geldt waarop mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden volgens art. 588a, eerste lid, onder c, Sv. Alleen in het uitzonderlijke geval dat de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland of het buitenland heeft en de dagvaarding op de griffie is uitgereikt, kan het kantooradres van de advocaat als zodanig worden aangemerkt.
Omdat dit specifieke geval zich niet voordeed, was het oordeel van het hof dat het kantooradres van de advocaat niet als adres in de zin van art. 588a Sv kon gelden, geen onjuiste rechtsopvatting. Ook was er geen verzendplicht van de dagvaarding aan dat adres, zodat het hof terecht het hoger beroep bij verstek behandelde. Verder werd geoordeeld dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, maar dat dit geen gevolgen had gezien de korte gevangenisstraf.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de verstekverlening en verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.