Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
22 december 2015.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Economische Kamer, van 5 november 2014. Het cassatieberoep werd ingediend door de raadsman van de verdachte. De Advocaat-Generaal bracht een conclusie uit waarin werd voorgesteld het beroep te verwerpen. De raadsman van de verdachte reageerde schriftelijk op deze conclusie.
De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 22 december 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen door de Hoge Raad.