Uitspraak
1.Geding in cassatie
3. Beslissing
3 maart 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Advocaat-Generaal bij het Hof een cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De raadsman van de verdachte heeft dit beroep tegengesproken. De Advocaat-Generaal heeft vervolgens gesteld dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk kan worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep op ontvankelijkheid beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij die het beroep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom heeft de Hoge Raad, na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de strafkamer van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 3 maart 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.