ECLI:NL:HR:2015:518

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 maart 2015
Publicatiedatum
3 maart 2015
Zaaknummer
13/03184
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a OpiumwetArt. 440 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest hof wegens onvoldoende motivering verbeurdverklaring geldbedrag

De verdachte werd door het hof veroordeeld voor het opzettelijk vervoeren van heroïne en cocaïne. Tevens werd een geldbedrag van €2.639,35 verbeurd verklaard, omdat het hof oordeelde dat dit bedrag geheel of grotendeels was verkregen door middel van het bewezenverklaarde.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, met name gericht op de motivering van de verbeurdverklaring. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het geldbedrag geheel of grotendeels door het bewezenverklaarde was verkregen. Hierdoor was het oordeel van het hof niet begrijpelijk. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor het onderdeel van de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing over dit onderdeel.

De overige middelen van cassatie werden verworpen, omdat deze geen aanleiding gaven tot cassatie. De zaak wordt dus opnieuw behandeld door het hof, met name over de verbeurdverklaring van het geldbedrag.

Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

3 maart 2015
Strafkamer
nr. S 13/03184
LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 februari 2013, nummer 22/005459-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, in zoverre tot zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het vierde middel
2.1.
Het middel klaagt dat de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag onvoldoende met redenen is omkleed.
2.2.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 23 december 2009 te Zwijndrecht opzettelijk heeft vervoerd ongeveer 508 gram van een materiaal bevattende heroïne (diacetylmorfine) en ongeveer 105 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet."
2.3.
Het Hof heeft ten aanzien van de verbeurdverklaring het volgende overwogen:
"De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het inbeslaggenomen geldbedrag van € 2.639,35 verbeurd zal worden verklaard.
Ten aanzien van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van € 2.639,35, volgens opgave van de verdachte aan hem toebehorend, zal het hof de verbeurdverklaring gelasten. Het hof is van oordeel dat het geldbedrag samenhangt met de bewezenverklaarde feiten, nu het geheel of grotendeels door middel van het bewezenverklaarde is verkregen.
Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte."
2.4.
In aanmerking genomen dat is bewezenverklaard - zakelijk weergegeven - het vervoeren van verdovende middelen, is het oordeel van het Hof dat het in het middel bedoelde geldbedrag geheel of grotendeels door middel van het bewezenverklaarde is verkregen, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk.
2.5.
Het middel slaagt.

3.Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 maart 2015.