Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
zetelende te Zwolle,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
6 maart 2015.
Hoge Raad
In deze zaak vordert de Gemeente Zwolle vervroegde onteigening van een gedeelte van een perceel van 00.29.70 hectare. [Eiser] c.s. verzetten zich tegen deze vordering, onder meer omdat het Koninklijk Besluit (KB) onduidelijk is over de precieze omvang en ligging van het te onteigenen perceelsgedeelte. De rechtbank Overijssel wees de vordering toe en bepaalde een voorschot op schadeloosstelling.
De Hoge Raad onderzoekt of het KB in strijd is met art. 78 en Pro 79 van de Onteigeningswet (Ow) en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Hoge Raad oordeelt dat het KB niet in strijd is met deze bepalingen, mede omdat de Kroon het perceelsgedeelte heeft aangewezen overeenkomstig het verzoek van de Gemeente en de relevante tekeningen en correspondentie. De Hoge Raad erkent dat het vonnis onvoldoende duidelijkheid verschaft voor derden, waaronder het Kadaster, en voorziet in het dictum in deze noodzakelijke duidelijkheid.
Het cassatieberoep wordt verworpen en de kosten van het cassatieberoep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Dit arrest bevestigt dat onteigeningsbesluiten ook zonder aangepaste grondplantekening geldig kunnen zijn indien de bedoelingen en grenzen voldoende kenbaar zijn voor partijen en derden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vervroegde onteigening van het perceelsgedeelte van 00.29.70 hectare wordt bevestigd.