Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
13 januari 2015.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De verdachte stelde dat het gerechtshof ten onrechte buiten zijn aanwezigheid had geoordeeld. De Hoge Raad verwijst naar de conclusie van de Advocaat-Generaal en bevestigt dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de verdachte kennelijk vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht.
Het hof kon op basis van de ontvangen informatie redelijkerwijs afleiden dat de verdachte zich niet in een strafrechtelijk relevante detentie bevond, ondanks een mogelijk verblijf in een psychiatrische inrichting. Er was geen aanhoudingsverzoek ingediend door de raadsman van de verdachte, en kort voorafgaand aan of op de terechtzitting was geen detentie vastgesteld.
De Hoge Raad sluit zich aan bij deze overwegingen en wijst het cassatieberoep af. Hiermee wordt het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 maart 2009 bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.