Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 11 juli 2013, nrs. 12/00027 en 12/00028, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Haarlem van 9 januari 2012 (nrs. AWB 10/6017 en 10/6018) betreffende de aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van antidumpingrechten, alsmede de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op een verzoek tot herziening van aangiften op de voet van artikel 78 van Pro het Communautair douanewetboek. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
De geldigheid van die volmacht expireerde op 31 december 2007. Belanghebbende heeft bij het doen van de aangiften tegenover de douaneautoriteiten niet verklaard te handelen in naam en/of voor rekening van een ander.
Op grond daarvan verzocht zij, onder verwijzing naar artikel 78 van Pro het Communautair douanewetboek (hierna: het CDW), de aangiften te herzien, in die zin dat [A] als aangever heeft te gelden en dat zij, belanghebbende, de aangiften in naam en voor rekening van [A] heeft gedaan.