ECLI:NL:HR:2015:560

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 maart 2015
Publicatiedatum
12 maart 2015
Zaaknummer
14/02143
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.8 Wet IB 2001
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwijst zaak over etikettering splitsbaar pand in inkomstenbelasting terug

Belanghebbende huurde een splitsbaar pand waarvan de benedenverdieping al binnen zijn onderneming werd gebruikt, terwijl de bovenverdieping leeg stond en later aan derden werd verhuurd. De vraag was of de bovenverdieping tot het privévermogen moest worden gerekend voor de inkomstenbelasting.

De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag, dat een uitspraak van de Rechtbank Den Haag bevestigde over de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2008.

De Hoge Raad oordeelde dat het arrest van het hof niet kan blijven op de gegeven gronden en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor een volledige inhoudelijke beoordeling, met inachtneming van het arrest dat gelijktijdig werd gewezen.

De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en sprak het arrest uit op 13 maart 2015 onder voorzitterschap van vice-president Overgaauw en de raadsheren Van Loon en Van Kalmthout.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.

Uitspraak

13 maart 2015
nr. 14/02143
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 18 maart 2014, nr. BK-13/00506, op het hoger beroep van
[X-Y]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 12/3620) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van ’s Hofs uitspraak

’s Hofs uitspraak kan niet in stand blijven op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 14/02141 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht. Verwijzing moet volgen voor een onderzoek in volle omvang.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2015.