Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
17 maart 2015.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de aanvrager was veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk overtreden van een voorschrift uit de Flora- en Faunawet en deelname aan een criminele organisatie.
De aanvraag tot herziening werd getoetst aan de voorwaarden van artikel 457 lid 1 aanhef Pro en onder c Sv, dat vereist dat nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd die bij de eerdere behandeling niet bekend waren en die een ernstige verdenking wekken dat de uitkomst van het proces anders zou zijn geweest.
De Hoge Raad oordeelde dat de aanvraag geen feiten bevatte die aan deze criteria voldeden en dat daarom de aanvraag niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Dit betekent dat de eerdere veroordeling in stand blijft.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarbij twee raadsheren niet in staat waren het arrest te ondertekenen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe feiten.