Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Slotsom
4.Beslissing
31 maart 2015.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake het medeplegen van het openbaar maken van staatsgeheimen over de beveiliging van de Dalai Lama.
Het hof had bewezen verklaard dat verdachte samen met anderen, waaronder zijn partner die bij de AIVD werkzaam was, informatie aan een journaliste van De Telegraaf verstrekte die leidde tot publicatie. De bewezenverklaring steunde op verklaringen, observaties, afgeluisterde telefoongesprekken en een gepubliceerd artikel.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat verdachte opzettelijk medepleegde met anderen bij het openbaar maken van de informatie. Het hof liet onduidelijk of verdachte bewust betrokken was bij het verstrekken van de informatie door zijn partner. De ongeloofwaardigheid van de verklaring van verdachte betrof slechts een deel van zijn verklaring.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing. De overige middelen werden niet behandeld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.