Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Slotsom
4.Beslissing
verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
20 januari 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond de rechtsgeldigheid van de betekening van de appeldagvaarding centraal. Het hof had geoordeeld dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend, ondanks een akte van uitreiking waarin stond dat de dagvaarding niet was uitgereikt omdat de woning op het opgegeven adres niet zou bestaan. Het hof stelde echter vast dat het adres wel degelijk bestond en dat de dagvaarding na vergeefse aanbieding aan het adres was uitgereikt ter griffie van de rechtbank.
De Hoge Raad heeft dit oordeel kritisch beoordeeld aan de hand van artikel 588 Sv Pro, dat voorschrijft dat een gerechtelijk schrijven daadwerkelijk moet zijn aangeboden op het adres waar de geadresseerde in de basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, met achterlating van een bericht van aankomst indien niemand wordt aangetroffen. De akte van uitreiking vermeldde echter dat de woning niet bestond en bevatte geen bericht van aankomst.
De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het hof dat aan deze vereisten was voldaan niet begrijpelijk is. Daarom verklaart de Hoge Raad de appeldagvaarding nietig en vernietigt het arrest van het hof voor zover het aan dit oordeel onderworpen is. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting door het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de appeldagvaarding nietig en vernietigt het arrest van het hof.