Uitspraak
1.Geding in cassatie
Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beslissing
verwijst de zaak naar de rolzitting van 14 april 2015;
7 april 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een geweldsincident op 24 en 25 mei 2013 te Utrecht waarbij de verdachte samen met anderen verfbommen gooide tegen diverse panden, politie en personen, waaronder het Stadhuis Utrecht en verschillende horecagelegenheden. De verdachte werd hiervoor door het hof bewezenverklaard.
In hoger beroep stelde de raadsman van de verdachte een voorwaardelijk verzoek tot het horen van getuigen, maar het hof zag geen aanleiding dit verzoek als uitdrukkelijk gedaan te beschouwen en besloot er niet over. De Hoge Raad oordeelt dat geen rechtsregel bestaat die de rechter verplicht te beslissen over een verzoek dat niet uitdrukkelijk door of namens de verdachte ter terechtzitting is gedaan.
Het middel van de verdachte faalt, maar de Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het hof zodat de Advocaat-Generaal zich alsnog kan uitlaten over de overige middelen. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 14 april 2015 voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling en houdt verdere beslissing aan.