ECLI:NL:HR:2015:916

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 april 2015
Publicatiedatum
9 april 2015
Zaaknummer
14/01965
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in omzet- en loonbelastingzaak

Belanghebbende, een B.V., stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 maart 2014. Dit arrest bevestigde eerdere uitspraken van de Rechtbank Haarlem betreffende naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonbelasting over de tijdvakken van augustus 2007 tot en met december 2008.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en beoordeelde de aangevoerde klachten. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, oordeelde de Hoge Raad dat de klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad besloot geen proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het arrest werd gewezen door de vice-president Overgaauw en raadsheren Bavinck en Van Loon op 10 april 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

10 april 2015
Nr. 14/01965
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 20 maart 2014, nrs. 12/00831 tot en met 12/00834, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 11/6836 tot en met 11/6839) betreffende de aan belanghebbende over de tijdvakken 1 augustus 2007 tot en met 31 december 2007 en 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting en de loonbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2015.