Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
31 mei 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft het beroep in cassatie van het Openbaar Ministerie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd vrijgesproken van het onverdoofd en illegaal slachten van schapen.
De tenlastelegging betrof het slachten van schapen in de periode van januari 2010 tot december 2011 in een stal op het terrein van een bedrijf te Espel. Het hof interpreteerde de tenlastelegging als betrekking hebbend op meerdere schapen (meervoud), terwijl het bewijs slechts betrekking had op één enkele datum en één schaap.
Het hof oordeelde dat deze discrepantie een ontoelaatbare grondslagverlating vormde en sprak verdachte vrij. De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en oordeelde dat de feitenrechter deze interpretatie mocht maken, die niet onverenigbaar was met de bewoordingen van de tenlastelegging. Het cassatieberoep werd verworpen.
Hiermee blijft de vrijspraak in stand wegens onvoldoende bewijs dat verdachte betrokken was bij het slachten van meerdere schapen zoals in de tenlastelegging stond vermeld.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens ontoelaatbare grondslagverlating bij het onverdoofd slachten van schapen.