Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
26 januari 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden uit 2007, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor meervoudige diefstal met valse sleutels van giraal geld uit pinautomaten van de ABN/AMRO-bank ten name van een vereniging.
De bewezenverklaring berustte op verklaringen van betrokkenen, bankafschriften en een bekennende verklaring van de aanvrager zelf. De verdediging voerde aan dat nieuwe gegevens (nova) aantonen dat het gestolen bedrag onderdeel was van een groter verduisterd bedrag door een andere bestuurslid, waardoor de bewijsvoering onjuist zou zijn.
De Hoge Raad overweegt echter dat het enkele feit dat een ander bestuurslid een bedrag verduisterde, niet uitsluit dat de aanvrager ook het kleinere bedrag heeft gestolen. Ook andere aangevoerde nova's, zoals een afdracht van € 1.000,- door de aanvrager aan deze bestuurslid en de strafrechtelijke procedure tegen deze bestuurslid, leiden niet tot een ernstig vermoeden dat de aanvrager onschuldig is of dat een minder zware straf zou moeten worden toegepast.
Daarom wordt de aanvraag tot herziening kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 26 januari 2016.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens ontbreken van een ernstig vermoeden dat het onderzoek tot een vrijspraak of minder zware straf zou hebben geleid.