ECLI:NL:HR:2016:1168

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2016
Publicatiedatum
10 juni 2016
Zaaknummer
16/00805
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep inzake onrechtmatige daad en zaakschade auto

In deze zaak gaat het om een geschil tussen voormalige samenwoners over zaakschade aan een auto, waarbij eiser cassatie heeft ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 10 november 2015.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de zaak en behandelt het cassatieberoep van eiser, terwijl verweerster niet is verschenen en verstek is verleend. De Procureur-Generaal heeft betoogd dat eiser niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van eiser geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat eiser klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Op grond van artikel 80a lid 1 RO verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding, die nihil zijn aan de zijde van verweerster.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

10 juni 2016
Eerste Kamer
16/00805
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 510457 CV EXPL 13-732 van de kantonrechter te Heerlen van 14 augustus 2013 en van de kantonrechter te Maastricht van 26 februari 2014;
b. de arresten in de zaak 200.151.487/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 augustus 2014 en 10 november 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 10 november 2015 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser].
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 20 april 2016 op dit standpunt gereageerd.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
10 juni 2016.