ECLI:NL:HR:2016:1211

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 juni 2016
Publicatiedatum
16 juni 2016
Zaaknummer
15/03892
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 52a lid 1 AWR
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake informatiebeschikking erfgenamen

De erfgenamen van de overledene hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarin het hoger beroep van de erfgenamen tegen een informatiebeschikking van de Belastingdienst werd behandeld. Deze informatiebeschikking was gegeven op grond van artikel 52a, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).

De Hoge Raad heeft vier middelen van cassatie ontvangen en beoordeeld. De Raad oordeelde dat deze middelen niet tot cassatie konden leiden en dat er geen noodzaak was tot nadere motivering, omdat geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de proceskosten aan de erfgenamen toe te rekenen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van de erfgenamen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

17 juni 2016
Nr. 15/03892
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de erfgenamen van [A], gewoond hebbende te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 16 juli 2015, nr. 14/00742, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 13/6231) betreffende een ten aanzien van erflater gegeven informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a, lid 1, AWR.

1.Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij vier middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbenden hebben de zaak doen toelichten door mr. J.H.M. Daniëls, advocaat te Sittard.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2016.