Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
8 maart 2016.
Hoge Raad
De aanvrager heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van een aangifte successierecht. De aanvrager stelde dat een beschikking van de belastinginspecteur, waarbij de aanslag successierecht tot nihil werd verminderd, een grond voor herziening vormde.
De Hoge Raad oordeelde dat de aanvrager niet veroordeeld is vanwege het te weinig betalen van belasting, maar vanwege het doen van een onjuiste en/of onvolledige aangifte. In die aangifte werden drie vorderingen die krachtens erfrecht waren verkregen niet vermeld, waardoor de inspecteur niet in staat was een juiste waardebepaling te maken.
De inspecteursbeschikking tot vermindering van de aanslag was niet gemotiveerd en de brief waarop werd verwezen was niet overgelegd. De Hoge Raad concludeerde dat de aanvraag tot herziening niet voldeed aan de wettelijke criteria en wees de aanvraag af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.