Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
21 juni 2016.
Hoge Raad
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake poging tot doodslag door het steken in het lichaam en gezicht van het slachtoffer.
Namens verdachte is een schriftuur ingediend door zijn advocaat. De Hoge Raad heeft deze schriftuur bij het arrest gevoegd.
Na beoordeling van de ontvankelijkheid oordeelt de Hoge Raad dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of niet-ontvankelijkheid van de klachten.