Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
5 januari 2016.
Hoge Raad
Op 5 januari 2016 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het cassatieberoep van verdachte verworpen. Het beroep was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 april 2014 in een strafzaak. De raadsheren oordeelden dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad volgde dit advies en wees het beroep af. Het arrest werd gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, samen met de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan.
Deze uitspraak bevestigt het arrest van het gerechtshof en betekent dat de strafrechtelijke beslissing in stand blijft. Er zijn geen nieuwe rechtsvragen behandeld of ontwikkeld in deze procedure.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof is bekrachtigd.