Uitspraak
[X]te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 23 juni 2015, nr. 14/00443, betreffende het verzoek van belanghebbende tot herziening van de uitspraak van dat Hof van 7 maart 2013, nr. 12/00337.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake een verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak. De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid.
De Hoge Raad oordeelt dat de voorgestelde middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de middelen evident niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is op 29 januari 2016 in het openbaar uitgesproken door raadsheren C. Schaap, J. Wortel en M.E. van Hilten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden.