Belanghebbende, onderdeel van een fiscale eenheid, deed een investering van meer dan €1.000.000 in de verbouwing van een hotel-restaurant, aangemerkt als een nieuw gebouw voor gecertificeerde dienstverlening volgens de Milieulijst. De investering betrof onder meer gebruik van hout dat niet uitsluitend duurzaam gecertificeerd was.
Voor het jaar 2011 verzocht belanghebbende om milieu-investeringsaftrek (MIA) op grond van artikel 3.42a Wet IB 2001 en de Aanwijzingsregeling. De Inspecteur weigerde MIA, gesteund door advies van het Agentschap NL, omdat niet uitsluitend gecertificeerd hout was gebruikt. Het Gerechtshof Den Haag bevestigde deze weigering en verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De Hoge Raad oordeelt dat de wettelijke voorwaarden vereisen dat het gebruikte hout duurzaam moet zijn. De beleidsregel dat MIA niet wordt geweigerd als niet meer dan €500 aan niet-gecertificeerd hout is gebruikt, leidt niet tot een onaanvaardbare ongelijke behandeling. De klachten van belanghebbende worden ongegrond verklaard en het beroep in cassatie wordt verworpen.