ECLI:NL:HR:2016:1396

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juli 2016
Publicatiedatum
5 juli 2016
Zaaknummer
15/01422
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in doodslagzaak op grond van art. 80a RO

In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een strafzaak betreffende doodslag. De advocaat van de verdachte heeft een schriftuur ingediend die deel uitmaakt van het arrest. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat de partij die het beroep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, samen met raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend. Het vonnis is op 5 juli 2016 uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.

Uitspraak

5 juli 2016
Strafkamer
nr. S 15/01422
AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 22 januari 2015, nummer 23/004271-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1940.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.A.F. Lucas, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 juli 2016.