Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
5 juli 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie ingesteld door de klager tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, over een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering.
Namens de klager heeft advocaat Th.J. Kelder een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is, omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt daarom het beroep en bevestigt de beschikking van de rechtbank. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 5 juli 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank bevestigd.